Nu zitten designers en kunstenaars voortdurend in elkaars vaarwater, maar dat is niet altijd zo geweest. Nog geen tien jaar geleden schaarden designers zich massaal achter de wet ‘Form Follows Function’ als iemand nog maar richting museum durfde kijken. Waarheid was dat ze er niet gewenst waren, aangezien kunstenaars en curatoren de neiging hebben zichzelve geweldig serieus te nemen. De bubbel binnentreden was enkel voorbehouden aan degene die zich in even esoterische termen wist uit de drukken als de cultuurmijnheren. Voorwaarde daarbij is -Lifestyletrut onthult hierbij het grote geheim van museale persteksten- dat er in elke zin minstens drie abstracte substantieven gebruikt worden. Het opstellen van dergelijke artistieke karakterschetsen en conceptuele uitleg is doorgaans belachelijk veel simpeler dan het lezen ervan. En uiteraard niemand die durft vragen wat voor nonsens daar allemaal te lezen staan, uit schrik om voor dommerik uitgemaakt te worden. (In artistieke milieus ook wel eens lacherig ‘cultuurleek’ genoemd.) Ieder bleef doorgaans braaf op zijn afgebakende veldje, op een paar uitzonderingen na.
In een tijd dat ontwerpers als Jaime Hayon en Arne Quinze tentoonstellingen houden, en kunstenaars aan de lopende band sportschoeisel ontwerpen, is dat moeilijk te geloven.
Maar eigenlijk wilde ik met dit gebazel een Italiaanse ex-ontwerper aan u voorstellen: Maurizio Cattelan. Hoewel hij aanwezig is in nogal wat musea van internationaal niveau, en in zijn thuisland een ronkende naam is, doet hij bij de meeste mensen niet meteen een belletje rinkelen. Nochtans vallen zijn werken meteen op. Ironie, vervreemding en contextverwisseling zijn vaak terug te vinden in zijn werken. Vooral omdat hij speelt met realiteit en fictie. (Oei, één abstractie te weinig, excuseer!) Dat is trouwens een trend die ook terug te vinden is in hedendaags design. Wat dan weer aantoont dat de bubbelverpakking rond de kunstwereld allang niet meer luchtdicht is. Stel je voor dat de Italiaanse versie van Jan Hoet gezegd had: “sorry jongen, maar wij willen niks van doen hebben met interieurontwerpers”. Dan hadden wij ons nooit kunnen vergapen aan de paus die geraakt wordt door een meteoriet. Of een biddende Hitler. Of de zelfmoord van een eekhoorn.
Het fantastische aan zijn beeldtaal is dat je je meteen afvraagt ‘What the fuck is hier gebeurd?’. Wat uiteraard een veel directer effect heeft dan de monotone verklaring van een pas afgestudeerd academiestudent die verantwoordt waarom hij een zwarte lijn op een geel papier heeft gezet. (De complexiteit samen met het gegeven van tijd en ruimte -ervoor zorgend dat geen punt van de lijn dezelfde is, terwijl die lijn toch een puur en vloeiend gegeven is- druist in tegen… blabla-geeuw-blabla! U ziet, zo makkelijk is dat.)
link